

In het weekend van 23 en 24 mei 2026 vond in Brugge en Abbeville het traditionele herdenkingsweekend plaats, gewijd aan de nagedachtenis van Joris van Severen, Jan Ryckoort en de vier Brugse slachtoffers van het bloedbad te Abbeville. Deze plechtigheden, georganiseerd door het Joris van Severen Instituut en het Abbevillecomité, brachten een kleine groep samen om stil te staan bij de historische betekenis van deze gebeurtenissen.
Zaterdag 23 mei begon met een ingetogen liturgie in de sfeervolle Blindekenskapel, georganiseerd door Paul Seynaeve. De plechtigheid werd opgeluisterd door een trompettist die onder andere het Vlaggelied speelde, door orgelspel van uitmuntende kwaliteit en door de koorprestaties van de muzikaal geschoolde zussen Elke en Inge De Laere, samen met hun moeder. Zij brachten schitterende vertolkingen van werken van Sibelius, Schütz en Vivaldi!
Tijdens de mis werden verschillende traditionele liederen gezongen, deels in samenzang: Wilt heden nu treden, Vaarwel mijn broeder en Gebed voor het Vaderland
De mis werd naar goede gewoonte afgesloten met de 1ste en 6de strofe van het Wilhelmus.
Om 11u30 vond dan de herdenking plaats en de bloemenhulde aan het Cruyce van Bourgonje. Tijdens de plechtigheid werd een bloemenkrans neergelegd door schepen Nico Blontrock namens de Stad Brugge, Gaby Lijnkamp namens de familie Warris (nabestaanden van Maria Ceuterick), Luc Seynaeve namens het Joris van Severen Instituut en Jean-Marie Bogaert namens het Abbevillecomité.
De aanwezigheid van schepen Blontrock lokte nadien een scherpe reactie uit van Karl Duc van de werkgroep Struikelstenen. “Het Brugs stadsbestuur blijft een fout figuur herdenken. Op geen enkel moment werd tijdens de hulde afstand genomen van het fascistische gedachtegoed van Van Severen en het Verdinaso. Hoe zou de joodse gemeenschap dit ervaren, een hulde van het Brugse stadsbestuur aan een notoire antisemiet?” De reactie van de schepen liet niet op zich wachten: “Op geen enkele manier is die ‘neutraliteit’ van mijn toespraak te lezen als een stilzwijgende goedkeuring van het gedachtegoed van Van Severen, of van enige andere van de vier slachtoffers. Er is een tijd en plaats voor alles, en bij de plechtigheid aan die gedenksteen hoorde naar mijn mening een serene herdenking van een drama thuis. (...) Dat er nu commotie ontstaat, is volgens mij te wijten aan de tijdsgeest, waarin het voor sommigen ‘nooit genoeg’ zal zijn. Ik hoop dat iemand hen erop wijst dat ze zo actief meewerken aan polarisatie.”
Op zondag tenslotte vond in Abbeville de traditionele groet aan het graf plaats. De bijeenkomst (15 deelnemers) bestond uit poëzie, toespraken en het traditionele Appel der 17 Provinciën, als eerbetoon aan de slachtoffers.
