

Op 9 december brachten de bestuursleden van het Joris van Severen Instituut, samen met leden van de Algemene Vergadering Luc Pauwels en Wido Bourel, een bezoek aan het Archief voor Nationale Bewegingen (ADVN) in Antwerpen. Onder de enthousiaste leiding van hoofdarchivaris Tom Cobbaert, kregen we een unieke inkijk in de rijke geschiedenis en de indrukwekkende collecties van het ADVN.
De geschiedenis van het gebouw en het ADVN
Het gebouw waarin het ADVN gevestigd is, heeft een boeiend verleden. Tot begin jaren ’70 huisvestte het een Franstalige meisjesschool. In 1996 betrok het ADVN (toen nog bekend als Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-Nationalisme) het pand. De afkorting ADVN werd behouden, maar de ondertitel werd aangepast naar Archief voor Nationale Bewegingen, om de bredere scope van de collectie te weerspiegelen. Het ADVN heeft een erfpachtovereenkomst met de stad Antwerpen voor 50 jaar, wat zorgt voor stabiliteit en continuïteit.
Met 17 vaste medewerkers en een team van vrijwilligers en stagiairs is het ADVN een levendig en actief archief. De leeszaal is toegankelijk voor het publiek en wordt regelmatig bezocht door onderzoekers, waaronder bestuursleden van het Joris van Severen Instituut, die er opzoekingswerk verrichten voor bijdragen aan het jaarboek. Net zoals andere zogeheten culturele archieven, zoals onder meer KADOC, het Letterenhuis of het Vlaams Architectuurinstituut, ontvangt het ADVN van de Vlaamse overheid een jaarlijkse subsidie om zijn werk voort te zetten.
Een schat aan collecties
Een van de hoogtepunten van ons bezoek was de indrukwekkende collectie boeken - meer dan 50.000 titels - die in het gebouw worden bewaard. Tom Cobbaert wees ons op de recente biografie over Joris Van Severen, geschreven door Christian De Borchgrave, die prominent in de collectie stond.
Naast boeken herbergt het ADVN ook een schat aan tijdschriften, video- en audiomateriaal en archieven. Het grootste deel van de bijna tien kilometer omvattende collectie worden niet in het gebouw zelf bewaard, maar in een geklimatiseerd depot buiten de stad. Een bode zorgt voor het transport van materialen tussen het depot en het archief, zodat onderzoekers toegang hebben tot alle bronnen.
Op de eerste verdieping kregen we een bijzondere verrassing: een grote tafel in een voormalig klaslokaal, bedekt met alle nummers van de Dinaso-bladen. Deze zijn ondertussen gedigitaliseerd en zullen binnenkort online raadpleegbaar zijn via de webstek van het ADVN - een grote stap voorwaarts voor onderzoekers en geïnteresseerden.
In een andere ruimte kregen we allerlei Dinaso- en neo-Dinaso-materiaal te zien, zoals armbanden, badges en foto’s. Een jongedame was druk bezig met het invoeren van gegevens in de computer - het ADVN werkt voortdurend aan het ontsluiten van zijn collectie.
